De Nachtwaker

Hoe uw fuchsia’s verzorgen?

Hoe uw fuchsia’s verzorgen?

 

HET STEKKEN:

De fuchsia wordt vermenigvuldigd door stekken. De gemakkelijkste en snelste manier van stekken is de top of scheutstek in het voorjaar. Deze periode is het gunstigst wat temperatuur en licht betreft. Met een scherp mesje snij je de stek van de plant. Niet schuin maar recht, ongeveer 5 tot 8 mm onder de bladknop. Dit is de plaats waar de bladeren aan de stengel vastzitten. Een goede stek moet zeker 2 tot 4 bladparen bevatten.
De stek steken we in een mengsel dat voldoende lucht en vocht bevat. Een geschikt mengsel is zeker niet te nat! Als er bloemknoppen of bloemen aanzitten, moeten we ze verwijderen. Zet stekken niet in de felle zon. Controleer regelmatig het vochtgehalte en neem afgevallen of rottende delen weg.

 

HET OPPOTTEN EN VORMGEVING:

Na ongeveer 2 tot 3 weken is het stekje geworteld. Is het stekje voldoende aan de groei dan krijgt het zijn eigen potje. Neem een niet te grote pot omdat het groeien dan traag verloopt. De potmaat + 8 cm voldoet prima. De fuchsia heeft een luchtige, vochthoudende en voedzame grond nodig. Bij het oppotten de grond nooit samendrukken  maar wel licht aangieten. Wanneer de plant dus opgepot is, begint het dankbare werk aan de vormgeving.

VOOR DE STRUIK:   als het stekje 3 tot 4 bladparen heeft, beginnen toppen. De zijscheuten gaan nu uitlopen. Telkens er terug zijscheuten gevormd worden, toppen op 2 tot 3 bladparen. Wanneer we naar eigen smaak een goed gevormd struikje hebben, mogen we het toppen beëindigen.
Het duurt dan nog 6 tot 8 weken voor de plant in volle bloei is. Topt u niet, dan ontstaan er lange stengels die later door het gewicht van de bloemen doorbuigen!

VOOR DE HANGER: de behandeling is dezelfde als bij de struik.

VOOR DE KROONBOOM: het stekje bij een stokje zetten. Niet toppen, maar wel de zijscheuten wegnemen. Laat vooral het blad aan de stengel zitten omdat deze het voedsel maakt voor de groei. Wanneer we de bladeren wegnemen om het stammetje zichtbaar te maken, wordt de groei van de plant helemaal verstoord. De bladeren zorgen namelijk voor de opname van een deel van het voedsel en de omzetting daarvan tot suiker, zetmeel en andere plantaardige stoffen voor de verdamping van het vocht, voor de ademhaling. Men kan de stam zo hoog laten komen als men zelf wil. Eenmaal de gewenste hoogte bereikt is, de top uitnijpen en dan dezelfde behandeling als bij het vormen van een struik of hanger toepassen.

 

DE STANDPLAATS:

De winterharde en halfwinterharde fuchsia zonder pot in volle grond plant. Ze verdragen zowel zon als schaduw.
Plant de niet-winterharde soorten(met of zonder pot)in de tuin, in een bloembak of hangpot. Zorg ervoor dat de pot niet te warm wordt. Enkel de donkere kleuren verdragen volle zon.

 

WATER:

In de zomer elke dag water geven, indien nodig. Controleer ook bij regen of de planten voldoende vocht hebben. De fuchsia is een erg dorstige plant, maar ze mag toch niet in het water staan!

 

BEMESTEN:

De eerste weken dat de plant in de pot staat, heeft deze voldoende voedsel. Wanneer ze er enkele weken instaat en goed doorworteld is, dan is het tijd om te gaan bijmesten. Een rijke bloei vraagt immers geen regenwater alleen. De kant en klare meststof oplosbare meststof voor balkonplanten voldoet prima. Geef enkel meststof als de potkluit voldoende vochtig is. Het is beter niet teveel meststof ineens te geven, waar wel regelmatig.

 

WINTERBERGING:

Wanneer we volgend jaar weer van de bloemenpracht van onze fuchsia’s willen genieten, moeten we in het najaar de gepaste maatregelen nemen om ze de winter te laten overleven. Met de komst van de herfst worden de dagen korter en neemt de groei van de planten af. Als de bladeren afvallen is het tijd om ze op te bergen. De planten worden nu ingesnoeid.

 

WAAR BERGEN WE ONZE FUCHSIA’S OP?
*In een halfwarme SERRE (+ 6°) beschikt u over de ideale winterbergplaats. Men moet de grond langs de droge   kant houden, maar niet laten uitdrogen! Als de temperatuur oploopt moet men luchten.
*Indien  u GEEN SERRE bezit kunt u planten laten overwinteren op een zolder of in een onverwarmde kamer.         Ook een heldere garage of schuur komen in aanmerking, mits de ruimten vorstvrij te houden. De planten moeten  tijdig gecontroleerd worden tegen uitdroging.
*een andere manier van winterberging is HET INKUILEN.
De kuil maken op een droge plaats, ongeveer 60 cm diep. De plant uit de pot halen, flink terugsnoeien en de wortelkluit goed uitschudden. Turf op de bodem strooien, de fuchsia’s erop leggen, opnieuw turf met fuchsia’s erop en tenslotte turf tot alles opgeborgen is.

 

NA DE WINTER:

Tussen half-februari en half-maart kan men de fuchsia’s weer te voorschijn halen. Planten die donker overwinterd hebben, krijgen lange witte uitlopers die zonder bezwaar kunnen worden afgesneden. We snoeien onze planten nog wat bij; dode en verkeerd groeiende takken worden verwijderd.
Bij het oppotten kan u eventueel nog een wortelsnoei toepassen. Na het oppotten worden de fuchsia’s op een lichte en matig-warme plaats gezet en goed vochtig gehouden.

 

ZIEKTEN:

Als we de planten een gunstig klimaat geven en een goede verzorging en daardoor sterke en gezonde planten bekomen, hebben we weinig kans op ziekten en plagen. De meeste problemen krijgen we door de witte vlieg en bladluis. Dit kunt u behandelen met een aangepast bestrijdingsmiddel.

We hopen dat deze korte beschrijving u zal aanzetten om fuchsia te kweken en u zo veel fuchsiagenot zal bezorgen.

 

 

—————————————————————————————————————————————